Warme wangen. Oogleden die zwaarder worden. Ik hou een telefoon vast waarnaar niet meer wordt gekeken. Toch maar even naast me leggen. Slaap. Kom maar. Het ligt prima. Lekker onderuit op m’n eigengemaakte palletbank.

Er zitten ineens mensen naast me. Ik ga ook rechtop zitten. De bank is anders. Een hoekbank. Ik herken hem. Eerder heb ik ook op zo’n bank gezeten. Ergens anders. Ik herken m’n moeder. Ze zit naast me. En nog iemand. Onherkenbaar. We praten. Over wat weet ik niet. Een tijdje gaat het zo.

Dan, een harde kracht blaast mij naar achter. Van comfortabel naar rechtuit gestrekt. Mijn mond valt open door het geweld. Een luchtkanon! Hard! Ik val achterover. Mijn handen beschermend voor mijn buik. Wakker!

Ik lig weer op mijn eigen bank. Op mijn telefoon een berichtje..