De wekker gaat. Nog niet helemaal wakker druk ik hem uit. Niet op snooze. Het is een experimentele wekker. Een waar je vooraf invoert hoe lang jouw slaapcyclus duurt. Ik blijf even liggen om na te denken of ik nu op een goed moment wakker ben gemaakt. Het voelt als iets te vroeg of iets te laat. Ik kom er niet helemaal uit. Het maakt ook niet uit voor nu. Nog even denk ik over zwaartekrachtgolven. Maar het is tijd om eruit te gaan. Ik zet mijn bril op, pak mijn telefoon en horloge van mijn nachtkastje en leg die op het kussen van de uitstapkant. De dekens sla ik voor de helft open op het voeteneind. M’n slaapshirt trek ik uit, vouw ik op en leg ik op de dekens. Uit bed. Wakker.

Uit het slaapkamerraam zie ik een mooie donkerblauwe lucht. Ik leun even met mijn armen op de vensterbank om te kijken. Hier en daar zijn ook al mensen wakker. Keukenlampen branden. Slaapkamerlampen worden nog verhuld door gordijnen. Sommige een beetje open al. Ik draai me om en zet ook hier het licht aan. Veel licht geeft het niet, het zijn een paar van die cottonballs aan een draadje, maar het maakt wel een fijne sfeer. Dan loop ik naar het raam aan de voorkant. De kant waar de zon opkomt. M’n telefoon en horloge leg op de eettafel neer. Daar zet ik ook het lampje aan. Een binnenpretje. Omdat ik gister na een paar biertjes het enorm triest vond dat de zon elke dag een ondergang kent. Mijn lieve collega’s stelde mij gerust.

Schone boxer vergeten. Even terug naar de kast in de slaapkamer een boxer pakken. Even blijf ik een momentje naar de inhoud van de kast kijken. Wat ligt er nog in dat ik niet meer gebruik? Verder ben ik blij met de opruimactie die ik gisteravond nog even heb gedaan. Voelt weer wat lichter aan allemaal. Het lampje in de kast knip ik uit en sluit de twee kastdeuren. Licht maken in het wakkerwordtproces is fijn. Licht staat tot wakker waar donker staat tot slaap. In mijn hoofd praat ik nog even goed dat het ok is het lampje aan te hebben terwijl ik toch de douche instap. Het is een LED lamp.

Ik stap de badkamer in. Ik mijn hoofd vroeg ik mij af of ik even in de spiegel moest kijken of dat ik mij even moest scheren. Maar ik heb eigenlijk meer zin in de warme douche. Toch kijk ik even met één oog in de spiegel. Ik moet nog even wennen aan het felle licht van de badkamer. Mijn boxer trek ik uit, gooi ik in de wasmand en de witte handdoek verplaats ik van de verwarming naar de knop van de douchedeur. Ik stap in de douche. De kuip is k-koud. Snel de kraan aan. “Opdat wij niet vergeten”. Dat zinnetje dwaalt door mijn hoofd. Waar heb ik dat voor het laatst gehoord? Ook Boney M. met Brown Girl in the Ring dwaalt door mijn hoofd. Brown girl in the ring, tralalalala…

Voordat ik de kraan uitzet, teken in nog even een hartje op de beslagen ruiten. Dat doe ik elke ochtend. Opdat ik niet zal vergeten van mezelf te houden zoals ik ben.